St. Museum Canadian Allied Forces
1940-1945
Museum
De voertuigen
Met de aanschaf van een DKW Munga Jeep in 1979 begon wat vandaag het Museum Canadian Allied Forces is geworden. En hoewel in de loop der tijd de collectie zich verbreedde naar allerhande militaria en burgerzaken uit de Tweede Wereldoorlog, zijn de motorvoertuigen altijd de kern gebleven.

Wanneer je het verleden tastbaar wilt maken, het als 't ware probeert te ervaren, dan is het voertuig als middel om dat te bereiken een uitstekende keus. In tegenstelling tot een afbeelding op film of papier, kun je het aanraken, ruiken en zelfs horen. En wat is er mooier dan een stukje geschiedenis tot leven te wekken door simpelweg de motor te starten en ermee weg te rijden?

Het museum is dan ook bijzonder trots op de tientallen motorvoertuigen die tentoongesteld worden. Gevonden en getraceerd werden ze in heel Europa, maar soms ook opvallend dichtbij huis. Zo komt de enige tank in de collectie uit de Marnewaard waar ze een kwijnend bestaan leidde als oefen-target. Verder komen er stukken uit landen als Polen, Frankrijk, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk.

Toch zijn niet alle voertuigen eigenhandig van sloper of natuur gered. Een enkele keer werden ze verkregen door ruil. Door zo'n ruil met het Aviodrome in Lelystad kregen zij een gerestaureerde AMX-13 en het museum zijn eerste vliegtuig: een fraaie Avro Anson uit 1944. Maar het meest interessant waren de tips van vrienden en bekenden die iets interessants hadden gezien of gehoord. Soms was het niets, maar soms ook leverde het juweeltjes op, zoals een Duits zoeklicht compleet met originele generator wagen.


AMX-13 tank weer als nieuw

Scammel Pioneer in de kleuren de Royal Air Force
Was de DC-3 Dakota het werkpaard van de luchtmacht, de GMC 2½-tonner vrachtwagen was dat voor het leger. Het museum heeft hier meerdere exemplaren van. Ook de echt zware jongens zijn aanwezig met o.a. de Scammel Pioneer en de Diamond T 980; beide werden ingezet om - vaak onder vijandelijk vuur - kapotte tanks van het slagveld te halen en ter reparatie naar de achterhoede te transporteren.

Ook zijn in het museum meer specialistische voertuigen te vinden zoals kleine en grote trekkers, een (obscure) Hughes-Keenan roustabout crane en een Thompson rijdende brandstoftank. Met de groei van het wagenpark groeide ook de diversiteit. Steeds meer niet-gemotoriseerde voertuigen als opleggers, aanhangers en fietsen werden in de collectie opgenomen en hebben hun plaats in de diorama's gekregen.

De gevechtsvoertuigen zijn vertegenwoordigd met snelle pantserwagens als de Daimler Dingo, de White M3 en de Marmon-Herrington. Deze waren licht gepantserd en licht bewapend. En hoewel ze geen partij waren voor tanks, maakten ze door hun snelheid de troepen zeer mobiel. Zo was de Marmon-Herrington succesvol in Noord-Afrika. In de woestijn kon hij door terrein waar tanks vastliepen en met flankbewegingen de vijandelijke achterhoede bedreigen.

De Patton tank uit 1945 zal de bezoeker bij binnenkomst zeker niet missen. Voorlopig is dit nog de enige. Hoog op het verlanglijstje staan de Sherman en Stuart tank. Deze zijn door de Canadezen gebruikt bij de gevechten om Groningen en mogen dus niet ontbreken. Helaas gaan de prijzen van dergelijke historische exemplaren de middelen van het museum (vooralsnog) te boven.


Geschutskoepel van de Patton tank